|
|
technische
tips - olieverf en tempera
De klassieke olieverftechniek
bestaat uit het werken in lagen. Olieverf is geen af produkt: je moet
het aanmaken, ook als het uit de tube komt. De eerste laag kan puur, bij
de tweede moet een klein beetje medium, en zovoort. De verf moet steeds
een klein beetje vetter worden, anders springt de verf er op den duur
af. (alleen dammarhars helpt dus niet).
Naast dit materie-aspect
is er ook de kleurwerking: door lagen van verschillende kleuren over elkaar
heen te zetten ontstaan effecten en werkingen die je kunnen helpen iets
natuurlijks te scheppen. Het werken in lagen heeft als voordeel, dat je
een kleurstemming als het ware vanzelf kunt laten ontstaan, door de werking
die de lagen op elkaar hebben. Je kunt je tijdens het werk daardoor laten
leiden of erop reageren. Een voorwaarde is, dat je eerst hebt leren werken
in zwart-wit (met licht kunnen omgaan) en ook een beetje met perspectief.
Er zijn algemene wetten, maar iedere schilder heeft zijn eigen systemen.
Ik laat er hieronder een paar zien.
De onderlaag wordt
meestal gemaakt van een aardkleur met wit. Van oudsher werden landschappen
(met blauwe lucht) vaak voorgeschilderd in gele oker, lichamen en gezichten
werden voorgeschilderd in groene aarde met wit. Er wordt dus gebruik gemaakt
van contrastwerking: groen contrasteert met rood (dat, aangelengd met
wit, werd gebruikt om het uiteindelijke gezicht te schilderen). Door het
groen eronder komt het rood/roze mooi naar voren. Precies zo werkt dat
met blauwe lucht op een gele ondergrond.Als onderlaag kun je nemen: gele
oker, groene aarde, gebrande of rauwe omber, gebrande siena en caput mortuum.
( meestal gemengd met wit). Schilder de vorm en lichtwerking die je wilt
hebben er alvast in. Dit kun je eventueel oefenen in zwart-wit, met houtskool.
Bijvoorbeeld hieronder:
|
|
|
|
gele
oker en wit |
rauwe
omber en wit |
|
|
De eerste laag op
je doek of paneel kan gemaakt worden van temperaverf (zie
materialen). Die laag blijft na droging kwetsbaar, maar je kunt hem
afsluiten met schellak of dammarhars. Om de droging van olieverf te versnellen
kun je er alkydhars bij doen (wordt wel spekkig). Dun werken helpt ook.
En loodwit: die droogt heel snel, ook als je dik werkt (textuur!). Niet
vergeten de verf iedere laag iets vetter te maken.
ondergrond:
gele oker
|
|
|
|
| laag
1: tempera, gele oker en wit.
laag
2: (olieverf met alkydhars) kalkblauwdonker(indigo)
en loodwit
|
laag 3: olieverf,
gebrande omber
Geen wit,
in deze laag
.
|
|
|
|
|
|
|
laag 4:olie,
kalkblauwdonker en titaanwit (transparant)
Nu heb ik
een sfeertje, EN een raamwerk waar ik alle kanten mee opkan: naar
rood, magenta, blauw, noem maar op.
|
laag 5 (olie),
dioxazine violet en wit (rond de maan), kalkblauw donker
|
|
|
|
|
|
|
1e
laag, gele oker en wit (tempera) |
laag
2: olie, loodwit en kalkblauw donker (indigo) en een HEEL klein
beetje engels rood. Rozige effecten verschijnen (door de intervalwerking
tussen blauw en geel)
laag
3: olie, cadmiumgeel met loodwit, beetje rode goudlak (scheveningen)
|
laag 4: onderin:
rode goudlak (Scheveningen), zonder wit . Dit verbindt hier boven
en onder. Zwart/grijs/bruin voor de gebouwen. Bovenin: Cobaltblauw
met wit (gemengd uit ultramarijn en cerulean, en titaanwit). De
ondergrond schijnt er voor een groot deel nog doorheen.
|
|
 |
 |
|
|
| laag
1: tempera, gele oker |
2e laag, olieverf:loodwit
en windsor violet(rond
de maan), daaromheen: gebrande omber |
|
|
Ondergrond:
rauwe omber en wit
 |
 |
 |
|
| 1e laag: tempera,
wit en rauwe omber |
2e laag: (olie)
loodwit en kalkblauw donker (van
verfmolende Kat), ofwel indigo |
3e laag: (olie)
groene aarde, titaanwit, kalkblauw donker (hek)
|
|
| |
|
4e laag: titaanwit
(halo om flatgebouw) |
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
ondergrond: gebrande
siena en wit

| laag 1 gebrande
siena met wit (tempera) |
| laag 2 indigo-blauw,
magenta en loodwit (olieverf). Loodwit omdat het snel droogt, ook
als je er dikke klodders van aanbrengt. |
| laag 3 - beetje
gebrande siena (olie), nog wat magenta (quinacridone rose) en titaanwit |
| Gebrande
Siena is een heel warme kleur, roodbruin. Als je hem mengt met wit
wordt hij koeler. Hier en daar schijnt de gebrande siena door, door
het contrast met het blauw (en de aanwezigheid van het magenta)
glanst die heel warm op. Voordeel van een ondergrond die niet wit
is, is dat je er licht (wit) op kunt aanbrengen met je kwast. Let
op: het magenta en het blauw zijn hier niet gemengd (dan krijg je
paars, en dat is een ander verhaal) |
ondergrond: gebrande
omber en wit

| laag 1: tempera
(gebrande omber met wit) |
| laag 2 en 3:
olieverf (loodwit, kalkblauw donker van verfmolen de Kat (indigo)
en ultramarijn) |
| Er is hier bijna
alleen in de lucht met wit gewerkt - op de bosjes etc. aleen waar
het vanuit de lucht reflecteert. beneden op het gras is verdunde ultramarijn
opgebracht (met dammarhars). Als je geen wit gebruikt, wordt ultramarijn
op gebrande omber heel donker, bijna zwart. |
Ook hier weer:
een 'warme' ondergrond (bruin) met blauw daar overheen. Deze combi
werkt het makkelijkst. Geeft een soort geruststelling, dat er ruimte
is (blauw) maar daarachter ook een stevig materieel fundament (bruin) |
terug
naar boven
|
|