home
meer weten
schilderles

contact

sitemap

 

 

schilderijen

 
werkbiografie
 
over mijn werk
 
over waarneming
 

kunst en wetenschap

 

kleurtheorie

 

esthetiek, of, de wetenschap van het schone

intellect, denkvermogen en creativiteit
 
  artikelen over

 kunstgeschiedenis 

 kunst en objectiviteit

lichaamsintelligentie

wetenschap en creativiteit - Tesla

 
 
 
 
 
De mens in verhouding tot de natuurrijken

We kunnen de hele schepping in de mens terug vinden. De natuur als geheel spiegelt zich in het menselijke lichaam. Dat lichaam is niet de mens zelf. Het menselijk lichaam is beeld van het algemeen-menselijke (in de nuances van vormgeving wél individueel), ieder lichaam is een drager van een afzonderlijke individu. Je lichaam vergaat na je dood, je verwerkt je leven, waarop je meestal besluit om opnieuw te incarneren. Je groeit terug, neemt je karma op je, en wordt opnieuw geboren in een lichaam dat bij je nieuwe geestelijke uitgangssituatie past (en dat je je verder eigen maakt terwijl je opgroeit).

De mens is als enige levende soort op aarde niet 'af' en in staat zich op eigen kracht verder te ontwikkelen. Volgens de de antroposofische evolutiebiologie hangt het ontstaan van iedere soort mineraal, plant of dier samen met de ontwikkeling van het menselijke lichaam. Mensen zijn er vanaf het begin al geweest, alleen niet meteen in de vorm zoals we nu zijn. We zijn heel lang teruggehouden in een soort half-geestelijke (astrale of etherische) toestand, waarin je nog plastisch bent (een volledig gematerialiseerd lichaam geeft veel meer weerstand). Als je eenmaal in het fuik der specialisatie bent gevallen, moet je als geest al behoorlijk sterk zijn om dan nog jezelf om te kunnen vormen (zelfs nu kunnen we dat nog niet of nauwelijks - daarom is er reïncarnatie). De andere natuurrijken zijn ons hierin voorgegaan; na de mineralen en de planten hebben eerst de dieren zich opgewerkt tot zoogdier, pas daarna zijn wij verschenen. Ieder stadium dat toen als fysieke plant of dier uitkristalliseerde gaf de nog etherische mensen de gelegenheid zich verder te ontwikkelen, en kan in verband worden gebracht met een aspect van het menselijk lichaam (bijv, een octopus heeft met te maken met onze tong, een leeuw met het hart). Uiteindelijk ontstond een materieel lichaam (iets aap-achtigs?) dat voldoende geëvolueerd was voor een menselijk individu om zich daarin fysiek uit te kunnen drukken. Vóór die tijd echter hadden de mensen al hele ontwikkelingen en beschavingen op aarde doorgemaakt. Kosmisch gezien is de ontwikkeling van de mens tot zelfstandig geestelijk wezen het doel van deze aarde-evolutie (brutaal he!). Daar staat natuurlijk ook de verantwoording voor de aarde tegenover. Wij worden nu geholpen door hogere wezens (engelen, aartsengelen etc) die ooit ook op een dergelijke manier zich ontwikkeld hebben (zelfstandig geworden in een vorige kosmische wordingsronde onder de leiding van hogere wezens). Het is de bedoeling dat wij iets dergelijks ooit voor weer andere wezens gaan doen (die nu nog gebonden zijn aan de natuurwetten: de elementwezens).

natuurrijken waarnemen

De minerale wereld: dat is makkelijk, ons fysieke lichaam. Maar let op: alleen dat wat als lijk overblijft. Tijdens je leven is het fysieke lichaam-an-sich waarnemen het moeilijkste wat er is, want er zijn drie andere werelden of "lichamen" (die niet-fysiek zijn) die erin werkzaam zijn. fysiek is niet hetzelfde als materieel - de materie van ons lichaam is er vooral doordat er levensprocessen zijn die materie afzetten. Het fysieke an-sich heeft meer het karakter van een krachtenspel, volgens welke bijv. ons skelet zich beweegt.

Aan het hormoonstysteem bijvoorbeeld kun je zien hoe gevoelens je fysieke lichaam beïnvloeden (angst maakt stress-hormen aan waardoor je stofwisseling verandert etc. Zie de film "what the bleep do we know"). Uberhaupt de hele verwarring omtrent de aard van de schepping komt, doordat in de fysieke wereld zich zoveel dingen van niet-materiële aard uitdrukken. En fysieke middelen (drugs, medicijnen) werken wel degelijk terug op je levensprocessen en gevoelens. Verder kun je niet zeggen dat het ijzer in ons bloed hetzelfde is als het ijzer in je keukenla. In ons lichaam zijn de substanties zo gemodificeerd dat ze zich primair doen gelden via de warmte. Om ons heen liggen ze veruiterlijkt en zijn ze zichtbaar in het licht. Bij mineralen werkt het etherlichaam van het mineraal van buitenaf erop in (en bevindt zich dus op een ander zijnsniveau) , dit uit zich in o.a. de kristalvorming. Kristallen "groeien" ook, hoewel ze niet leven. Planten groeien door fotosynthese (licht dat materie afzet). Bij dieren komen daar organen en zintuigindrukken bij, wat de celprocessen en stofwisseling ook weer fundamenteel anders maakt. Mensen onderscheiden zich weer van de dieren door cultuur, individualiteit, zelfbewustzijn en een zeker vermogen het leven in eigen hand te nemen. Dit wordt lichamelijk mogelijk gemaakt door o.a. de neotenie, het terughouden van specialisatie (een hand is geen specialisatie, in tegenstelling tot een klauw, een vleugel of een hoef).

De plantenwereld heeft in ons een tegenhanger: een niet-fysiek complex, genoemd "etherisch lichaam". De etherwereld is gemaakt van TIJD als substantie. Het bestaat uit de levensprocessen die ons lichaam onderhouden. Onze fysieke lichamen zijn mannelijk óf vrouwelijk - het etherisch lichaam heeft doorgaans het karakter van het tegengestelde geslacht (als dat niet zo is ontstaan gender-issues). In de hetero-situatie, bijv. een vrouw, worden de vrouwelijke etherkrachten gebruikt om het fysieke lichaam te onderhouden en de mannelijke etherkrachten vormen dan de basis voor haar dagbewustzijn. Het etherlichaam werkt dus twee kanten op: enerzijds processen bewerkstelligend in het fysieke, anderzijds functioneert ze als bewustzijnsdrager. Een levensproces als bewustzijnsdrager heeft eigenschappen van zichzelf: dat komt bij een mens tot uitdrukking in de automatismen (gewoonten), en bepaalde werkingen die zich bijvoorbeeld doen gelden als sentiment. Planten hebben ook een astraal lichaam, maar dat werkt er van buitenaf op in (vanuit een ander bestaansniveau), in de bloei en zaadvorming wordt de plant als het ware van buitenaf aangeraakt.

De dierwereld heeft in ons een tegenhanger in het "astrale lichaam". Astraliteit kun je zien als bewustzijn-maar-geen-zelfbewustzijn. Het is in ons dan ook vooral naar buiten gericht (via de zintuigen). De inwerking op ons etherisch lichaam kun je technisch zien als de tegentijd, de tijd die uit de toekomst komt (in de vorm van plannen, wensen, verlangens). Op het kruispunt van tijd en toekomst bevindt zich ons bewustzijn. Gevoelens worden gevormd in de wisselwerking tussen astraal en etherisch lichaam. De zintuiglijke waarneming bevindt zich primair in de wisselwerking tussen astraal (bewustzijn) en fysiek lichaam (oog, oor etc.) Dieren hebben bewustzijn maar geen zelfbewustzijn, en zijn ieder in hun soort een specialisme. Wat in de dierwereld is uitgesplitst in een veelheid van soorten, is in de mens in zijn geheel aanwezig als het VERSTAND . In de Apocalypse wordt dit genoemd als "het Beest" - wie verstand heeft, berekene het getal van het beest etc. 666 staat voor de lagere natuur van de mens, het duidt via de joodse kabbalistiek op alleen een menselijk fysiek, etherisch en astraal lichaam zonder individualiteit. Met dit raadsel hebben wij ons in deze tijd uiteen te zetten. Het "ik" of wezen van een dier bestaat uit de gehele soort. Het werkt van buitenaf in op de afzonderlijke dieren. Alle leeuwen samen vormen dus het lichaam van het éne wezen 'leeuw'.

De mensenwereld, dat noem ik maar cultuur. Mensen hebben de mogelijkheid om tot zelfbewustzijn te komen, en zich af te vragen waar ze vandaan komen of naartoe gaan. Als natuurrijk vertegenwoordigen de mensen de aanwezigheid van de geest op aarde (je zou het niet zeggen, maar het is echt zo). Mensen zijn nog niet af, we hebben de vrijheid om fouten te maken en daarvan te leren, en op basis daarvan onze keuzes te handhaven of veranderen naar eigen inzicht. We zijn daarbij ontvankelijk voor dwaling en het boze, en daardoor zijn we vrij, dit in tegenstelling tot de meeste andere wezens in deze kosmos. Wij mogen nu hier leren om een zelfstandig geestelijk wezen te worden. Wat is geest? Technisch gezien kun je zeggen, dat alle hiervoor besproken bestaansvormen (astraal, etherisch, fysiek) modificaties, verdichtingen zijn van wat oorspronkelijk geest was. Geest is dus geen materie, leven of spiegelbewustzijn. Het is idee, inhoud. Maar dan met een kracht en werking waar wij ons maar weinig vankunnen voorstelllen. Dat is dan ook het mensengeheim: ons Ik, als geestkiem, is kleiner dan alles wat we om ons heen zien, en toch is het krachtiger dan wat dan ook. Het is jammer dat het zo moeilijk te vinden is. Enerzijds kunnen we het vinden door ons eigen denken te leren waarnemen, en bewust te leren denken. Het is te vinden in een middengebied van ons gevoelsleven dat we bijna niet kunnen waarnemen, omdat het geen enkele extremiteit bevat. Het is glibberig en geeft geen houvast. Maar in dat gebied kunnen we wel echt tot zelfbewustzijn komen. In onze creativiteit brengen we onszelf tot uitdrukking. De mens is een scheppend wezen, en moet meer en meer de verantwoording leren nemen voor de manier waarop hij dat doet (er is al een nieuw natuurrijk aan het ontstaan: dat van de machines). Dat is het derde gebied waarin we ons 'ik' kunnen vinden: in de ander. Als wij ons scheppende vermogen inzetten ten behoeve van de ontwikkeling van een ander wezen (menselijk of anders), verwezenlijken wij daarmee ook onszelf. Ook dat is een groot geheim.

 

terug